Communicatie over scenario’s

In juni 2016 hebben 5711 deelnemers aan een pensioenregeling deelgenomen aan een onderzoek. Getest is hoe deelnemers aan een pensioenregeling reageren op informatie over het te verwachten pensioen in drie scenario’s.
Een deel van de uitkomsten is gebruikt voor een publicatie in Futures.
De online editie van deze publicatie is te vinden op: https://doi.org/10.1016/j.futures.2018.11.002
 Het experiment staat ook beschreven in hoofdstuk 4 van het proefschrift ‘Check This! Empowering people to plan for retirement’*.

Dit document bevat data die niet gebruikt zijn voor de publicatie en betrekking hebben op de aandacht voor de drie scenario’s: welk van de drie getallen vindt men het meest interessant?

*Zie www.lidewijenspijker.nl/onderzoek voor het volledige proefschrift.

Opzet onderzoek

In een experiment zijn twaalf verschillende weergaves van de scenario’s getest. Onder andere is een visuele metafoor met informatie over de pensioenopbouw (de navigatiemetafoor) vergeleken met een plot van het betrouwbaarheidsinterval (‘schuif’) en informatie zonder een afbeelding.

Alle respondenten kregen één van de twaalf labels te zien, met drie bedragen:
– de verwachte uitkomst (1300 euro netto per maand, inclusief AOW)
– de uitkomst als het tegenzit (het pessimistische scenario) (840 euro)
– de uitkomst als het meezit (het optimistische scenario) (1400 euro)
Vooraf ontvingen de respondenten een toelichting op wat zij gingen zien:
We testen een nieuw middel dat je pensioen laat zien. Het uiteindelijke middel toont bedragen die voor jou op maat zijn. Je ziet hierna een voorbeeld, met voorbeeldbedragen voor iemand anders. Alle vragen gaan over hetzelfde voorbeeld. We willen graag weten wat je van het plaatje vindt.

Interesse in scenario’s

Gevraagd is welk van de drie getallen (de drie scenario’s) men het meest interessant vindt. Daarbij kon men ook aangeven dat men géén scenario interessant vindt. Het opleidingsniveau blijkt het sterkst samen te hangen met de interesse in een scenario. Daarnaast was een minder sterk verband zichtbaar tussen leeftijd en interesse in één van de scenario’s. De tabel hierna toont het % respondenten dat aangeeft geen enkel scenario interessant te vinden, uitgesplitst naar opleidingsniveau.

A

 

Opleidingsniveau: hoogst genoten opleiding

1 = Lagere school
2 = Lager beroepsonderwijs 3 = Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (VMBO)
4 = Middelbaar voorgezet onderwijs (Mavo, Mulo)
5 = Middelbaar beroepsonderwijs (MBO) 6 = Hoger voortgezet onderwijs (Havo, VWO)
7 = Hoger beroepsonderwijs (HBO) 8 = Wetenschappelijk onderwijs

 

 

In de volgende tabel staan de resultaten uitgesplitst naar leeftijd.

B

Hierna staan de resultaten beschreven van de respondenten die aangaven interesse te hebben in een van de drie bedragen.

Voorkeur voor laagste bedrag.


De factor ‘opleidingsniveau’ bleek een significante voorspeller van het antwoord op de vraag welk bedrag men het meest interessant vond. Hoe lager het opleidingsniveau, hoe vaker men het hoogste
bedrag het interessantst vond. Alle resultaten zijn uitgedrukt als percentage van het totaal aantal respondenten in de desbetreffende categorie.

C
D
E


Verwachtingen ten aanzien van economie

De respondenten zijn gevraagd naar hun verwachtingen t.a.v. ontwikkelingen in de economie. De vraag was (afhankelijk van de voorkeur van de respondent in u- of jij-vorm gesteld: ‘Wat denk je: zal de economische situatie in Nederland de komende 12 maanden beter worden, slechter worden of hetzelfde blijven?’

F


Verwachtingen ten aanzien van eigen financiële situatie

De respondenten zijn ook gevraagd naar hun verwachtingen t.a.v. ontwikkelingen in hun persoonlijke financiële situatie. De vraag was (afhankelijk van de voorkeur van de respondent in u- of jij-vorm gesteld: ‘Wat verwacht je: zal de financiële situatie van je huishouden. Zal deze de komende 12 maanden beter worden, slechter worden of hetzelfde blijven?’

G

Invloed van tekst en beeld
In totaal zijn 12 labels getest. Drie factoren zijn gevarieerd:

A.De visual

-navigatiemetafoor
-betrouwbaarheidsinterval/schuif
-geen visual; uitsluitend tekst

B.Mate van detail m.b.t. de kans dat bedrag láger kan zijn dan getoonde pessimistische scenarioen hóger dan het getoonde optimistische scenario

-“U ontvangt X”
-“U ontvangt minder/meer dan X”

C.Woordkeuze m.b.t. de situatie waarin het pessimistische en optimistische scenario zich voordoen

-“Als het meezit ontvangt u / tegenzit ontvangt u …”
-“Er is een kleine kans dat u … ontvangt “


Visual

Respondenten die de navigatiemetafoor zagen, gaven aan gemiddeld iets vaker aan het middelste bedrag (het te verwachten pensioen) het meest interessant te vinden in vergelijking met respondenten die de andere twee varianten zagen.

H


Mate van detail m.b.t. de kans dat het bedrag lager of hoger uit kan vallen

Er was geen verband tussen mate van detail in de tekst en de voorkeur voor één van de bedragen. Het gaat hierbij om de toevoeging ‘wordt minder dan..’ en ‘wordt meer dan’.

J

 

Gebruik van ‘kans’ en ‘als het tegen/meezit’

De volgende tabel laat zien dat de respondenten iets vaker een voorkeur hebben voor het middelste bedrag als de tekst ‘er is een kleine kans dat ..’ wordt gebruikt.

K]